wereldeconomie
De haven van Antwerpen en de diverse andere havens in de Hamburg- Le Havre range ondergaan in belangrijke mate invloed van trends in de nationale en internationale economie. De groei van de wereldeconomie kende in 2007 een vertraging, zeker ten opzichte van het hoge groeiniveau van 2006. De verwachtingen zijn dat deze groei zich de komende jaren consolideert. De wereldeconomie groeide in 2007 met ongeveer 4 procent. De stijgende olieprijzen zorgden voorlopig niet voor een fundamentele vertraging van de algemene economische groei. Toch vallen hierbij grote regionale verschillen op.
De groei in de geïndustrialiseerde landen in 2007 bedraagt naar schatting 3,0 procent. De eurozone realiseerde een groei van 2,5 procent. In Japan bedroeg de groei van het BBP 2,4 procent terwijl de Verenigde Staten een groei van ongeveer 1,9 procent lieten optekenen. In de Verenigde Staten ligt de groei in 2007 dus duidelijk lager dan in Europa en Japan.
De sterke groei buiten de eurozone is vooral toe te schrijven aan economieën die zich sterk aan het ontwikkelen zijn. Met een jaarlijkse groeivoet van bijna 10,50 procent neemt vooral China hierin het voortouw. Volgens de verwachtingen zal het hoge tempo er in 2008 en 2009 aanhouden met groeicijfers van respectievelijk 10 en 9,3 procent. Ook India bezet een belangrijke plaats en legt een groeicijfer voor van ongeveer 7,4 procent in 2007.
In 2008 zou de economische groei in de Verenigde Staten enigszins toenemen en opnieuw boven die van de eurozone uitkomen. Vooruitzichten voor 2008 spreken immers van een groei van 2,8 procent voor de Verenigde Staten, 2,4 procent voor Japan en 2,1 procent voor Europa.
Voor de westerse economieën gaan de verwachtingen voor 2008 eerder in de richting van een stagnatie van de groei tot zelfs een groeivertraging. De oorzaak hiervan ligt bij een verdere stijging van de olieprijzen, een mogelijke vertraging van de industriële productie en een vertraging van de wereldhandel. Dat laatste is het gevolg van een mogelijke verslapping van de groei van de Chinese en Zuidoost-Aziatische economieën. Volgens een aantal andere waarnemers is zo’n verslapping echter onwaarschijnlijk.
De Amerikaanse economie ondervindt een duidelijke invloed van de hypotheekcrisis. De precieze impact hiervan is moeilijk in te schatten, maar een intensere hypotheekcrisis kan leiden tot een verdere verzwakking van de Amerikaanse economie eerder dan de verwachte groei in 2008.
De Europese economie vertoonde in 2007 een bescheiden vertraging tot 2,5 procent groei van het bnp. Voor het eerst sinds 2001 kende Europa een sterkere groei dan de Verenigde Staten. Dat is vooral te danken aan een versterkte binnenlandse vraag. België presteerde in 2007 even sterk als in 2006 en kwam iets hoger uit dan het gemiddelde van de eurozone: de groei van het bnp bedroeg ongeveer 2,7 procent. De Belgische groei in het derde en het vierde kwartaal is wel lager en bereikte gemiddeld 0,5 procent. Voor 2008 verwacht het Federale Planbureau een groei van het bnp met nagenoeg 2,1 procent, tevens het Europese gemiddelde.
De trafiek in de verschillende zeehavens zal positieve gevolgen ondervinden van de groeiverwachting in 2008 en de daaraan verbonden groeiende wereldhandel. De groei van de Antwerpse haventrafiek zal dan ook wellicht fundamenteel hoger liggen dan de geraamde groeipercentages voor België. De containerbehandelingscapaciteit waarop de markt een beroep kan doen en de extra aandacht voor de handel met het Verre Oosten zullen zorgen voor een meer dan proportionele groei.


















