JAARREKENING
waarderingsregels
Krachtens artikel 34 van de statuten van het Gemeentelijk Havenbedrijf
Antwerpen is het havenbedrijf onderworpen aan de wet van 17 juli 1975
met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekening van ondernemingen.
Hierdoor moet de boekhouding gevoerd worden overeenkomstig het
Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 op de jaarrekening van ondernemingen.
Het opstellen van de jaarrekening is de verantwoordelijkheid
van de Raad van Bestuur. Het zo nauwkeurig mogelijk omschrijven van
de waarderingsregels maakt hier integraal deel van uit.
algemene waarderingsregels
De jaarrekening van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen wordt
opgesteld in overeenstemming met de wetgeving op de jaarrekening.
Krachtens art. 24 van het K.B. van 30 januari 2001 worden de waarderingsregels
opgesteld met naleving van de vereisten van het getrouwe
beeld, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de onderneming.
Voor hetgeen de wet aanvullend regelt en in de gevallen waar zij
een keuze laat aan de onderneming, heeft de Raad van Bestuur de hierna
volgende waarderingsregels bepaald.
specifieke waarderingsregels
Materiële vaste activa
Algemeen principe
Onder de materiële vaste activa worden duurzame, tastbare bedrijfsmiddelen
met een gebruiksduur van meer dan één boekjaar, waarvan
de initiële aanschaffingswaarde groter of gelijk is aan 1250,00 Euro,
geactiveerd. De waardering gebeurt aan aanschaffingsprijs of aan
vervaardigingprijs zoals bepaald in artikelen 36 en 37 van het K.B.,
eventuele bijkomende kosten kunnen in het jaar van aanschaf
volledig ten laste van het resultaat worden gebracht.
Herwaarderingen
Het niet-gesubsidieerde gedeelte van de afschrijfbare materiële vaste
activa werd tot en met 31/12/2002 geherwaardeerd overeenkomstig de
omzendbrieven van de Administratie van Regionale en Lokale besturen.
De herwaarderingsmeerwaarde wordt op het passief, rekening ‘herwaarderingsmeerwaarden’
geïndividualiseerd (volgens rondschrijven in CBN
19 van juli 1986) en overgeschreven naar een onbeschikbare reserve à
rato van het afschrijvingsritme van de onderliggende activa.
Afschrijvingen
De afschrijvingen worden jaarlijks lineair en voor een volledig jaar berekend
op basis van de geherwaardeerde aanschaffingswaarde van de investeringen
volgens onderstaande afschrijvingspercentages:
| Software |
33,33% |
| |
| Terreinen en gebouwen |
|
| Terreinen |
0% |
| Dienstgebouwen |
3% |
| Magazijnen |
5% |
| Waterwegen |
3% |
| Gebruiksrechten op grote investeringswerken |
3% |
| Waterbouwkundige werken |
3% |
| Afdaken, loodsen, hangars e.a. |
5% |
| Wegen |
5% |
| |
| Installaties, machines en Uitrusting |
|
| Hefwerktuigen |
5% |
| Vaartuigen |
5% |
o.a. Baggertuigen, Peilboten, Oliezuiger, Afmeerponton, Inspectieboten |
|
| Elektrische installaties |
5% |
o.a. Openbare verlichting, Kabelnet Kraankabelnet, Verkeerssignalisatie |
5% |
| Onderwatercellen |
16.67% |
| Machines en uitrusting algemeen |
10% |
o.a. Gereedschap en toestellen Reddingsboei-installaties Takels en kettingen Compressorgroepen Graaf- en laadschopcombinaties |
|
| Installaties verwarming en koeling |
10% |
| Liften |
10% |
| Alarminstallaties |
10% |
| Telecommunicatie |
20% |
o.a. Telefooninstallaties, Radioverbindingen Camera 's en luidsprekers voor sluizen |
|
| Havenradar |
20% |
| Hardware voor technische doeleinden |
20% |
o.a. Apics inclusief kabelnetwerk Geografisch informatiesysteem (GIS) Dataverwerkende eenheid voor hydrografische metingen |
|
| |
| Meubilair en Rollend materieel |
|
| Meubilair |
10% |
| Bureaumachines |
20% |
| Hardware administratie |
20% |
| Rollend Materieel |
|
| o.a. Sleepboten |
5% |
| Kolkenzuiger |
20% |
| Personenwagen |
20% |
| Vrachtwagens |
20% |
| Vorkliften |
20% |
| Zoutstrooiers |
20% |
| Mobiele kranen |
6.67% |
Leasing
De gebruiksrechten betreffende materiële vaste activa, waarover de
onderneming beschikt op grond van leasing of soortgelijke overeenkomsten
worden, na aftrek van de gecumuleerde afschrijvingen of waardeverminderingen,
onder deze rubriek opgenomen voor het gedeelte van
de volgens de overeenkomst te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling
van de kapitaalwaarde. Het afschrijvingsritme volgt de in
‘Afschrijvingen’ aangehaalde percentages.
Bijkomende afschrijvingen en waardeverminderingen
Op materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt aanvullend
afgeschreven indien hun boekwaarde hoger is dan de gebruikswaarde
ingevolge technische ontwaarding of wegens wijziging van
economische of technologische omstandigheden. In geval van duurzame
minderwaarde of ontwaarding wordt voor materiële vaste activa met
beperkte gebruiksduur een uitzonderlijke minderwaarde geboekt. Deze
afschrijvingen en uitzonderlijke waardeverminderingen worden ter goedkeuring
voorgelegd door het Directiecomité aan de Raad van Bestuur.
Tussenkomst van derden
Tussenkomst van derden in geactiveerde investeringen, andere dan kapitaalsubsidies,
worden aan nominale waarde bij schulden geboekt. Het
gedeelte van de vaste activa waarvoor deze tussenkomsten verkregen
werden, wordt niet geherwaardeerd en bij ingebruikname volledig afgeschreven.
De tussenkomst zelf wordt op dit ogenblik als een andere bedrijfsopbrengst
getoond.
Gronden en terreinen
Gronden en terreinen ingebracht op 1 januari 1997 werden globaal gewaardeerd
op basis van een schatting gemaakt in 1986 en dit is verder
aangevuld met de aankopen van 1988 tot einde 1996. De individuele
waarde van de gronden en terreinen werd bekomen door deze globale
waarde te versleutelen à rato van de oppervlakte van de grond of het
terrein. Gronden en terreinen aangeschaft of verworven nà 1 januari
1997 worden geboekt tegen aanschaffingswaarde.
Gebruiksrechten
Het recht van gebruik van onder andere de Europaterminal werd gewaardeerd
op basis van de tussenkomst van de havenregie in de financiering
van de activa waarop het gebruiksrecht rust. De gebruiksrechten worden
afgeschreven op basis van de economische levensduur van de onderliggende
activa. Het afschrijvingsritme volgt het in ‘Afschrijvingen’
beschreven percentage.
Grote projecten en projecten die over een langere periode lopen, worden
eerst geactiveerd onder de post ‘materiële vaste activa in aanbouw’. Geactiveerd
wordt de aanschaffingsprijs (zoals gefactureerd door derden
leveranciers). Op dit moment zijn er nog geen regels met betrekking tot
de activering van interne kosten en intercalaire intresten. Deze worden
vooralsnog rechtstreeks in resultaat genomen. De activa in aanbouw
worden overgeboekt naar hun respectievelijke posten onder de materiële
vaste activa op datum van de voorlopige oplevering der werken. De notificatie
van voorlopige oplevering wordt door de technische dienst overgemaakt
aan de boekhouding. Op de activa in aanbouw worden geen afschrijvingen toegepast (tenzij onder uitzonderlijke omstandigheden
en ingeval van duurzame minderwaarden). Deze activa worden niet
geherwaardeerd en de erop betrekking hebbende kapitaalsubsidies worden
evenmin in resultaat genomen.
Projecten van de dienst Elektriciteitsvoorzieningen
Voor activa met gelijkaardige kenmerken: verlichtingspalen, kabelnetwerken,
laagspanningskasten,... wordt een systeem van standaardwaarden
gebruikt. De waarde van deze activa wordt jaarlijks herzien en
getoetst aan marktprijzen. De waarde omvat een gemiddelde aanschaffingsprijs
en ook loonkost van directe arbeid. Grotere projecten zoals het
plaatsen van hoogspanningsposten worden gewaardeerd op individuele
basis en volgens de regels zoals bepaald bij ‘materiële vaste activa in
aanbouw’.
Financiële vaste activa
De aandelen en deelbewijzen die de onderneming als participatie aanhoudt,
worden geactiveerd aan hun aanschaffingswaarde. De schuldvorderingen
die onder deze rubriek geboekt staan, worden opgenomen aan
nominale waarde. Jaarlijks worden de financiële vaste activa beoordeeld.
Ingeval van duurzame minderwaarde of ontwaarding of indien er voor
het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid ontstaat omtrent
de terugbetaling wordt een waardevermindering geboekt. De hoogte van
waardevermindering wordt voorgesteld door het directiecomité en voorgelegd
ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur.
Voorraden
Een artikel in voorraad wordt gewaardeerd op de laatste aanschaffingswaarde,
wat in feite neerkomt op een vereenvoudigde vervangingswaarde.
Dit betekent dat voor oude artikels de historische aanschaffingswaarde
aangepast wordt met de meest recente aanschaffingswaarde. Er
wordt een waardevermindering voor traag roterende of verouderde voorraadelementen
geboekt. Het betreft een systeem dat op basis van de laatste
beweging een forfaitair percentage van waardevermindering toepast.
Volgende percentages zijn toegepast:
| AANTAL JAAR NIET BEWOGEN |
PERCENTAGE WAARDEVERMINDERING |
| 1 jaar |
25% |
| 2 jaar |
50% |
| 3 jaar |
75% |
| 4 jaar en ouder |
100% |
Door de strikte toepassing van waardeverminderingen benadert deze
waardering de methodes die in de Belgische boekhoudwetgeving worden
toegestaan.
Vorderingen op lange of korte termijn
De vorderingen worden opgenomen aan nominale waarde. De vorderingen
met een contractuele looptijd van meer dan één jaar worden onder de
‘Vorderingen op meer dan één jaar’ geplaatst. Het gedeelte dat binnen het
jaar invorderbaar is, wordt overgeboekt naar de ‘Vorderingen op hoogstens
één jaar’. Een waardevermindering wordt in rekening genomen
voor de nog onbetaalde of twijfelachtige schuldvorderingen, uitgezonderd
op deze met voldoende zakelijke waarborg. Een waardevermindering op
uitstaande vorderingen wordt als volgt automatisch toegepast:
| achterstand > 6 maanden |
20% |
| achterstand > 12 maanden |
80% |
| achterstand > 18 maanden |
100% |
Indien blijkt dat een vordering oninbaar of dubieus is en de waardevermindering
boven de automatische berekening hierboven zou uitstijgen,
bijvoorbeeld wegens faillissement, dan worden bijkomende waardeverminderingen
aangelegd die op voorzichtige wijze rekening houden met
de verwachte recuperatiemogelijkheden en toekomstige kosten.
Beschikbare waarden
De geldbeleggingen en liquide middelen worden gewaardeerd tegen
nominale waarde. Eventuele waardeverminderingen worden bepaald op
een individuele basis. Meerwaarden op beleggingsproducten worden pas
in resultaat genomen bij realisatie van de titels.
Beginwaarde
Overeenkomstig artikel 54 van de statuten werd bij de oprichting van
het Havenbedrijf een beginbalans opgesteld. Deze beginbalans omvatte
de activa en passiva van de meest recente balans van de havenregie met
dien verstande dat correcties werden doorgevoerd op basis van gegevens
over het boekjaar die later bekend waren en/of als gevolg van de toepassing
van regelingen voor rechtsopvolging en ingevolge besluiten van
overeenkomsten daaromtrent met de Stad Antwerpen. De beginwaarde
was het verschil tussen de (eventueel gecorrigeerde) ingeboekte activa
en passiva, rekening houdend met de rechten en plichten die op het Autonoom
Havenbedrijf rusten. Dit bedrag is vastgesteld op 307 miljoen Euro.
De beginwaarde werd afgeleid van de netto actief situatie van de havenregie
op 31 december 1996 nà toewijzing van kapitaalsubsidies en herwaarderingsmeerwaarden
en kan als volgt voorgesteld worden:
Activa waarde per 31 december 1996: 502 miljoen Euro.
Toewijzing aan:
| herwaarderingsmeerwaarden |
15 miljoen euro |
| kapitaalsubsidies |
180 miljoen euro |
| Netto activa |
307 miljoen euros |
Voor een gedetailleerde bespreking van de beginwaarde en de inbrengwaarde
verwijzen we naar het verslag over de waardering van de inbreng
bij de oprichting van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.
Herwaarderingsmeerwaarden
In overeenstemming met de omzendbrieven van de Administratie voor
Regionale en Lokale Besturen, werden de niet gesubsidieerde afschrijfbare
materiële vaste activa tot en met 31/12/2002 geherwaardeerd. De
herwaarderingsmeerwaarde wordt op een afzonderlijke passivarekening
geplaatst en behouden zolang de goederen waarop zij betrekking hebben
niet gerealiseerd werden. Meerwaarden kunnen echter:
- worden overgebracht naar een reserve ten belopen van de op de
meerwaarde geboekte afschrijvingen;
- in kapitaal worden omgezet;
- bij latere minderwaarde worden afgeboekt ten belopen van het
nog niet afgeschreven gedeelte van de meerwaarde.
Reserves
Wettelijke reserve
De wettelijke reserve wordt gevormd door jaarlijks tien procent van de
winst van het boekjaar toe te wijzen. Deze verplichting vloeit voort uit
artikel 38 van de statuten van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.
Onbeschikbare reserve
De herwaarderingsmeerwaarde, die in navolging van de reglementen
terzake jaarlijks wordt berekend, kan ten belopen van de afschrijvingen
jaarlijks naar deze rekening overgeboekt worden.
Kapitaalsubsidies
Kapitaalsubsidies met betrekking tot afschrijfbare vaste activa worden
in de balans opgenomen nadat aan de contractuele verplichtingen voortvloeiend
uit de vaste belofte door de hogere overheid voldaan is. Zij worden
als financiële opbrengst getoond in de resultatenrekening volgens
hetzelfde ritme als de afschrijvingen op de activa waarvoor zij werden
toegekend. Subsidies die niet voor een investering in vaste activa werden
toegekend, worden als opbrengst in de resultatenrekening opgenomen
gespreid over de duurtijd van de activiteiten waarop de subsidies betrekking
hebben. In het boekjaar zijn kapitaalsubsidies ontvangen ten belope
van 1,6 miljoen euro.
Voorzieningen voor risico's en kosten
Grote herstellings- en onderhoudswerken
De toekomstige kosten van grote herstellingen of van periodiek onderhoud
kunnen op technische basis geraamd worden. De voorzieningen
die geboekt worden, beantwoorden aan de kosten die in de loop van de
volgende tien jaar zullen ontstaan. Enkel de sommatie van de bedragen
die uitstijgen boven de laagste recurrente kosten van groot onderhoud of herstellingswerken worden voorzien. Deze methode wordt de aftoppingsmethode
genoemd. Minimaal wordt 2,5% van de aanschafwaarde van
het patrimonium (22 en 23 rekening) als voorziening aangehouden. Dit
percentage komt overeen met de geschatte minimale onderhoudskosten
voor het komende anderhalf jaar teneinde het patrimonium in stand te
houden.
Hangende geschillen
Op basis van de stand van zaken die opgemaakt wordt aan de hand van
de informatie van de advocaten en de juridische dienst van het Havenbedrijf,
worden voorzieningen aangelegd om rekening te houden met de
mogelijke verplichtingen die voortvloeien uit de hangende rechtszaken.
Milieurisico's
Indien belangrijke milieurisico’s geïndividualiseerd worden, wordt een
voorziening aangelegd à rato van een beredeneerde inschatting van de
potentiële schade of saneringskosten.
Schulden
De schulden worden opgenomen aan nominale waarde. De verplichtingen met een contractuele looptijd van meer dan één jaar worden onder de 'Schulden op meer dan één jaar ' geplaatst. Het gedeelte dat binnen het jaar verschuldigd is, wordt overgeboekt naar de 'Schulden op hoogstens één jaar'.
Overlopende rekeningen
De overlopende rekeningen aan activa- en passivazijde worden gebruikt
voor de correcte toewijzing van kosten en opbrengsten aan het boekjaar
waarop zij betrekking hebben.
Verbintenissen, verhaalrechten en orderrekeningen
De verbintenissen, verhaalrechten en orderrekeningen zullen hernomen
worden voor het bedrag dat voorkomt ingevolge de door het Havenbedrijf
onderschreven waarborgen ten gunste van derden of de door de derden
onderschreven waarborgen ten gunste van het Havenbedrijf. Ze vermelden
in ieder geval het saldo van de niet gefinancierde verplichtingen die
op het Havenbedrijf rusten inzake pensioenen voor verleden diensttijd
van actieven en van gepensioneerden.
Havendecreet
De toelagen die aan het Gemeentelijk Havenbedrijf verstrekt worden door
het Vlaamse Gewest in het kader van het “havendecreet” worden in resultaat
genomen op het ogenblik dat er voldoende zekerheid bestaat over
de toekenning van de toelage. Deze zekerheid kan blijken uit uitvoeringsbesluiten
en/of specifieke overeenkomsten.
Financiële instrumenten
Financiële instrumenten worden enkel afgesloten indien zij een specifieke
economische verantwoording hebben en dienen als een ‘hedging’
operatie. Speculatieve transacties worden niet aangegaan. De financiële
effecten van de financiële instrumenten worden dan ook gekoppeld aan
het onderliggend object waarop het instrument betrekking heeft.
andere toelichting
In de sociale balans zijn ten opzichte van het vorig boekjaar de volgende
wijzigingen aangebracht:
code 101: worden nu enkel de “productieve” uren vermeld waar voorheen
het totaal aantal bezoldigde uren (dus inclusief vakantie, ziekte e.d.)
werd vermeld.
code 130: in de voorgaande jaren werden de personeelsleden van baremaniveau
1 vermeld terwijl dit jaar is overgegaan naar een striktere definitie
op basis van directiefuncties.