1800-1930 De vooruitgang van de industriële revolutie

Door de invloed van het Franse regime, onder leiding van Napoleon, is er sinds het einde van de achttiende eeuw weer scheepvaart over de Schelde mogelijk. Napoleon besluit ook om nieuwe scheepswerven en dokken aan te leggen, waaronder het kleine dok (Bonapartedok) en het grote dok (Willemdok). Hij roemt Antwerpen als ‘een pistool gericht op Engeland’.

In 1863 wordt de Schelde definitief tolvrij, wat de handel zeker ten goede komt. In 1869 worden voor het eerst meer dan één miljoen ton goederen behandeld en dit aantal verdubbelt de decennia erna geregeld. In deze periode start ook de passagiersvaart van de Red Star Line, een rederij die zo’n twee miljoen mensen naar Amerika zal verschepen. Dankzij de industriële revolutie en de aanwending van nieuwe technieken doet ook de verre vaart op Afrika en Azië zijn intrede, maar ook de handel naar het Duitse achterland bloeit verder op. Antwerpen ontpopt zich als Europese draaischijf en vooraanstaande internationale handelsfirma’s openen er hun filialen.

Antwerpen barst als handelsstad bijna uit zijn voegen en besluit eind negentiende eeuw de Scheldekaaien recht te trekken. Terwijl de vlieten worden gedempt, worden aan de noordzijde van de stad nieuwe dokken aangelegd. De groei gaat noordwaarts verder tot de aanleg van de derde zeesluis, de Kruisschansluis, nu beter gekend als de Van Cauwelaertsluis. In 1929 lossen noeste dokwerkers liefst 26 miljoen ton (stuk)goederen. Antwerpen legde toen al de basis voor wat nog altijd één van haar belangrijkste troeven is: ‘elke lading kan een schip vinden en elk schip een lading’. De Scheldestad is definitief een distributiecentrum van wereldfaam, waar men snel en efficiënt werkt.