Definities

Om terminologie die gangbaar is bij het behandelen en opslaan van gevaarlijke en verontreinigende goederen in de haven te verduidelijken, worden op deze pagina een aantal belangrijke definities weergeven.

 

 

Aangifteplicht

Gevaarlijke en/of verontreinigende goederen mogen in de haven slechts behandeld worden als voorafgaand een elektronische aangifte aan HKD werd overgemaakt.
De aangifte moet gemaakt worden door gebruik van EDI (Electronic Data Interchange). Specifiek voor gevaarlijke goederen moet het IFTDGN (International Forwarding and Transport Dangerous Goods Notification)
gebruikt worden. Meer informatie kan je terug vinden in Havenonderrichting 4.2.4

 

Achterterrein

Het gedeelte van het havengebied dat geen voorkaai is.

 

Agent

De "scheepsagent" is principieel de verantwoordelijke voor een zeeschip. Hij voert de melding en de plaatsaanvraag uit.
De "ladingsagent" is verantwoordelijk voor het laden en/of het lossen van gevaarlijke goederen op een zeeschip.
Ladingsagent en scheepsagent zijn niet noodzakelijk dezelfde firma en worden algemeen "agent" genoemd.

 

Behandelen

Alle handelingen betreffende het aanvoeren, afvoeren, laden, lossen, overpompen, rechtstreeks overladen (transhipments).
Voor gevaarlijke en verontreinigende goederen wordt deze algemene definitie aangevuld met: “het aan boord van een schip behouden van goederen”. Deze aanvulling maakt dat de aangifteplicht ook geldt voor gevaarlijke en verontreinigende goederen die aan boord van schepen blijven tijdens hun verblijf in de haven.

 

Container Freight Station (CFS)

Een container freight station is een al dan niet overdekte ruimte waar gevaarlijke goederen mogen geplaatst worden, met het oog op stuffen in of na het strippen uit een container, in afwachting van verder transport.
De toelatingsvoorwaarden voor CFS worden beschreven in havenonderrichting 4.4.1.  

Lijst van erkende container freight stations

 

Containerterminal (erkende)

Een terminal die aan een aantal eisen voldoet kan door de havenkapitein-commandant erkend worden als containerterminal.
Wat zijn inrichting betreft, moet de containerterminal aan volgende eisen voldoen om erkend te kunnen worden:

  • de terminal moet omheind en afgesloten zijn zodat toegang door onbevoegden voorkomen wordt;
  • de terminal moet doorlopend of semi-doorlopend bewaakt worden. Gedurende de periodes dat de terminal niet bewaakt is moeten de toegangspoorten met slot gesloten zijn.
  • er moet een goedgekeurd havenbeveiligingsplan voor de terminal bstaan.

De terminal-operator moet de havenkapitein-commandant, per aangetekend schrijven, uitdrukkelijk bevestigen:

  • dat aan zijn personeel onderrichtingen verstrekt werden tot naleving van :
  • de normen i.v.m. segregratie;
  • Alle gevaarlijke goederen moeten tijdens hun vertoef op de terminal minstens 20m. verwijderd blijven van technisch zuiver ammoniumnitraat of ammoniumnitraatmeststoffen.
  • De in containers geladen gevaarlijke goederen moeten verpakt zijn in overeenstemming met de door de IMDG-Code vastgestelde normen;
  • De bepalingen inzake maximum toegelaten hoeveelheden ontvlambare vloeistoffen moeten in acht genomen worden.

Dat hij zijn opdrachtgevers steeds tijdig zal inlichten:

  • dat de overeenkomstige gevaarsetiketten van alle erin geladen gevaarlijke goederen op de containers moeten aangebracht zijn;
  • dat de containers voor de belading degelijk moeten gereinigd zijn.

Lijst van erkende containerterminals

 

Expediteur

Een "expediteur" is verantwoordelijk voor de aan- of afvoer per vrachtwagen, spoorwagen of binnenschip.
Dit betekent bv. dat in deze context de verantwoordelijke voor een binnenschip in de reglementering m.b.t. gevaarlijke goederen als aangever steeds de hoedanigheid "expediteur" toegewezen krijgt;

 

Fumigatieszones (Erkende)

Gelet op de exponentiële groei van de te begassen containers, werd door de havenkapiteinsdienst goederen en milieu (HKD/GM) het initiatief genomen om een reglement op te stellen dat het veilig uitvoeren van deze activiteit garandeert.
Containerbegassingen mogen enkel uitgevoerd worden op door de havenkapitein commandant erkende fumigatiezones.
Eisen waaraan moet voldaan worden om een erkenning te krijgen worden beschreven in havenonderrichting 4.10.

Lijst van de erkende fumigatiezones.

 

Gasdeskundige (in het kader van behandelen van zeer toxische gasen)

Een persoon die door zijn opleiding en/of ervaring voldoende kennis beschikt over:

  • de chemische en fysische eigenschappen van de behandelde gassen
  • de gevaren van deze producten voor de mens en voor het milieu
  • de maatregelen die moeten genomen worden ingeval van calamiteiten met dit product
  • meetapparatuur voor het bepalen van concentratie aan (toxische) gassen

Het staat de havenkapiteinsdienst vrij ten allen tijde personen die optreden als gasdeskundige te onderwerpen aan een test op de hierboven vermelde punten.

Dit begrip betekent niet hetzelfde als "erkende gasdeskunidge of ontgassingsdeskundige".
Dit is een persoon die erkend is volgens artikel 3.13.9. van de Gemeentelijke Havenpolitieverordening en die door middel van metingen en inspecties
controleert of las- en brandwerkzaamheden aan boord van schepen veilig kunnen uitgevoerd worden.

 

(Behoorlijk) Gemachtigde

De persoon wiens naam in de aangifte voorkomt als zijnde behoorlijk gemachtigd, dient in het bezit te zijn van een geschreven document ondertekend door de hoogste gezagdrager van de firma of zijn vervanger waarbij aan betrokkene volmacht verleend wordt aangiften in te dienen.
Deze volmacht moet voorgelegd worden wanneer betrokkene geconvoceerd wordt.
Indien betrokkene deze geschreven volmacht niet aan de havenkapitein kan tonen, zal opgetreden worden tegen de strafrechterlijk verantwoordelijke van de betrokken firma.

 

Gevaarlijke en verontreinigende goederen

“Gevaarlijke goederen” zijn:
a. goederen als omschreven in de IMDG-code;
b. goederen als omschreven in hoofdstuk 17 van de IBC-code
c. goederen als omschreven in hoofdstuk 19 van de IGC-code
d. goederen als omschreven in groep B van de IMSBC code
e. goederen als omschreven in het ADN, ADR of RID

“Verontreinigende goederen” zijn:
a. oliesoorten als omschreven in bijlage I van het Marpol-verdrag
b. schadelijke vloeistoffen als omschreven in bijlage II van het Marpol-verdrag
c. schadelijke vloeistoffen als omschreven in bijlage III van het Marpol-verdrag
d. elk ander goed dat een emissie kan veroorzaken die mens of milieu op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beïnvloedt of kan beïnvloeden;

 

Hoofdtransportmiddel

Wanneer een zeeschip in de transportketen voorkomt, is dit schip het hoofdtransportmiddel.
Bvb.:

  • aanvoeren met vrachtwagen bestemd voor zeeschip
  • lossen uit zeeschip en afvoeren per trein

Wanneer de aangifte geen betrekking heeft op een zeeschip, maar op een binnenschip, is dit laatste het hoofdtransportmiddel.
Bvb.:

  • aanvoeren met vrachtwagen bestemd voor binnenschip

indien twee gelijkwaardige vervoersmiddelen in het transport betrokken zijn, wordt datgene waarmee de goederen aangeleverd worden als hoofdtransportmiddel beschouwd.

Bvb.:

  • lossen uit zeeschip A / laden in zeeschip B

 

Intern noodplan

Bij toepassing van artikel 4.2.3 van de Gemeentelijke Havenpolitieverordening, moeten  alle niet-SEVESO bedrijven, die gevaarlijke of verontreinigende goederen, op hun terreinen ontvangen, laten verblijven of waar zee- en of binnenschepen gemeerd kunnen liggen met gevaarlijke en/of verontreinigende goederen aan boord, over een door HKD goedgekeurd, intern noodplan beschikken.
Bedrijven waar de Seveso regelgeving van toepassing is en die daardoor reeds over noodplannen moeten beschikken, worden hier niet bedoeld.
Het doel van het intern noodplan is tweeledig:
* het bedrijf voorbereiden op ongewenste gebeurtenissen en helpen de gevolgen ervan efficiënt te beperken en bestrijden
* preventief een reeks maatregelen vastleggen om ongewenste gebeurtenissen te voorkomen
Het intern noodplan moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de havenkapiteinsdienst:

Havenkapiteinsdienst Goederen en Milieu
Entrepotkaai 1
2000 Antwerpen

Om de bedrijven bij het opstellen van het intern noodplan een leidraad te geven werd een checklist opgemaakt.

 

Ontvlammingspunt

De laagste temperatuur waarbij de damp, die zich boven een vloeistof bevindt en afkomstig is van de verdamping van de vloeistof, tot ontsteking kan worden gebracht door middel van een vlam die in de damp wordt gebracht wanneer deze met lucht wordt gemengd.
Voor de toegelaten methodes voor het bepalen van het vlampunt wordt verwezen naar de IMDG-code - Hoofdstuk 2.3

 

Rechtstreekse behandeling

Een behandeling waarbij de verblijfstermijn van de goederen op kaai zo kort mogelijk gehouden wordt maar nooit meer dan 8 uur mag bedragen.
In bepaalde gevallen kan door de havenkapitein een kortere periode dan 8 uur opgelegd worden.

 

Schip/schip overslag

De handeling waarbij goederen van een bepaald schip gelost worden en op dezelfde concessie, zonder tussentijdse behandeling, opnieuw geladen worden.
Ook wel "transhipment" genoemd.

 

Technische benaming

De technische benaming is de "correct technical name" zoals bedoeld in "Regulation 4" van de Solas conventie van IMO. Voor verpakte goederen is deze technische benaming te vinden in de IMDG code; voor bulkgoederen in de IBC of IGC-code.


Verblijfstermijnen

Op voorkaaien en in de erkende Container Freight Stations is enkel kortstondige opslag toegestaan. “Kortstondige opslag” houdt in dat goederen enkel mogen verblijven in het kader van een oponthoud in de transportketen.  Om het kortstondig karakter van het verblijf van gevaarlijke en verontreinigende goederen op deze locaties, te garanderen en op te volgen, werden voor verpakte gevaarlijke goederen maximale verblijfstermijnen opgelegd 
Om accumulatie van gevaarlijke goederen op de voorkaaien en in de Erkende Container Freight Stations te voorkomen en om de aanwezigheid van bepaalde types gevaarlijke goederen te vermijden, werd in de ?Codex voor Gevaarlijke Goederen? aan alle gevaarlijke goederen, opgenomen in de IMDG-code, een maximale verblijfstermijn opgelegd op basis van de gevaarseigenschappen van deze goederen.

Deze maximale verblijfstermijnen kunnen teruggevonden worden door middel van het gebruik van de functie "UN codes opzoeken" op deze website.

Indien de maximaal toegelaten verblijfstermijn niet kan gerespecteerd worden, kan aan de havenkapitein-commandant een uitzondering aangevraagd worden, een "verlengd vertoef". (klik om de procedure voor het aanvragen van een uitzondering te tonen)
De havenkapitein-commandant kan een termijn van maximaal 30 kalenderdagen toestaan, al dan niet in overleg met een bevoegde hogere autoriteit.

Wanneer de termijn waarvoor toelating werd bekomen overschreden wordt, moeten de goederen afgevoerd worden naar een magazijn dat vergund is voor langdurige opslag van dit type gevaarlijke goederen.

 

VGM-Plan
VGM-plan staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu plan:

Wanneer gevaarlijke goederen, ingevolge beschadiging van verpakkingen of van een container een gevaar opleveren, moet de havengebruiker die dit vaststelt onverwijld de hulpdiensten verwittigen.
De terminalverantwoordelijke moet de gevaarlijke zone afspannen en alle nodige maatregelen nemen om het gevaar in te perken. Hij zal onmiddellijk HKD hiervan verwittigen, en zich gedragen naar de door hen uitgevaardigde en mondeling gegeven onderrichtingen.

De activiteiten die nodig zijn om de gevaarlijke goederen na lekkage of beschadiging veilig verder te transporteren (herstellen, her verpakken, overpompen,…) mogen enkel uitgevoerd worden na toelating van HKD . Deze toelating wordt gegeven na goedkeuring van een door de uitvoerder van de geplande werken opgesteld VGM-plan.
In dit plan moet het bedrijf de nodige garanties bieden dat tijdens de uitvoering van de werken er rekening wordt gehouden met:
- veiligheid op de terminal
- de gezondheid van de mensen die de werken uitvoeren en de aanwezigen in de omgeving.
- Preventie van milieuvervuiling als gevolg  van het vrijkomen van gevaarlijke of verontreinigende goederen.
Een checklist voor de bedrijven om te komen tot een volledig VGM-plan vindt u hier

 

Voorkaai

De voor kortstondige opslag bestemde exploitatiezone die aansluit bij de kademuur en die door de zeehavenbeheerder in concessie of erfpacht gegeven wordt, of waarover de exploitant de beschikking heeft, met het doel er enkel doorvoergoederen te behandelen en waarop het havenreglement van toepassing is.