Mini haven voor wetenschappelijk onderzoek

Dinsdag 22 09 2020

In 1933 richtten de toenmalige Antwerpse Zeediensten het Waterbouwkundig Laboratorium op. Doel was meer inzicht te krijgen in de stroming van de Schelde en het effect van baggerwerken. Door de jaren heen breidde haar opdracht uit. Bijna 90 jaar later speelt de onderzoeksinstelling een onmisbare rol in het beheer en de ontwikkeling van de Antwerpse haven.

 

Al achttien jaar voert ingenieur Yves Plancke in opdracht van Port of Antwerp onderzoek uit in het Waterbouwkundig Laboratorium: “De cruciale vraag is hoe de steeds grotere zeeschepen vlot en veilig de haven bereiken. Sommige megaschepen kunnen enkel bij hoogwater de Schelde op en af varen, anders zouden ze de bodem raken en zich vast varen. Om de toegankelijkheid van de haven te garanderen moeten we dus zorgen dat de diepte van de Schelde behouden blijft. De bodem van de rivier verplaatst zich constant door de getijden. Op tijd baggeren vermijdt dat er drempels van zand en slib ontstaan. Ook aan sluizen en het Deurganckdok ontstaat slibafzetting, waardoor tijdig baggeren nodig is. Bij het labo bereken ik waar en hoe het baggeren precies moet gebeuren. Dat zijn geen eenvoudige rekensommetjes. We maken regelmatig gebruik van de supercomputers van de Vlaamse universiteiten. Zelfs deze supercomputers hebben soms tot twee weken tijd nodig om alle berekeningen uit te voeren! Ook wanneer de haven een nieuwe sluis of dok bouwt, voeren ingenieurs van het Waterbouwkundig Laboratorium de nodige studies uit. Zo blijft de Schelde een veilige en gezonde rivier.”

 

Naast een reeks topwetenschappers beschikt het labo over vier grote hallen vol onderzoeksinstallaties. Onder andere een stroomgoot met een capaciteit van 400 liter water per seconde, die waterstroming nabootst, een golfslagtank, een sluismodel en een sleeptank van 70 meter voor manoeuvreerproeven met modelschepen. De modelschepen zijn tot 4 meter lang en zijn uitgerust met allerlei sensoren. Zo testen de wetenschappers hoe een schip zich gedraagt in de Schelde en de haven. Nadien komen loodsen en andere schippers varen op een van de drie vaarsimulatoren. Zo onderzoeken ze hoe ze een schip juist moeten besturen om het veilig de haven of een nieuw dok in te varen.

 

Voor al die installaties heeft het Waterbouwkundig Laboratorium jaarlijks heel wat water nodig. Sinds 2000 gebruikt het daarvoor regenwater dat afkomstig is van het eigen dak of hergebruikt het water uit de onderzoektanks.